left_nav
Robert Dorsman (Netherlands)
Robert Dorsman (Utrecht 1955) heeft zich toegelegd op vertalingen van Zuid-Afrikaanse schrijvers en dichters. Hij vertaalde romans van Lewis Nkosi, Menán du Plessis, Olive Schreiner, A. C. Jordan en Etienne van Heerden (Kikuyu). Met Adriaan van Dis maakte hij een bloemlezing met honderd gedichten in het Afrikaans onder de titel O wye en droewe land . Hij stelde ook twee bundels samen met werk van Wilma Stockenström (Vir die bysiende leser / Voor de bijziende lezer ) en van Antjie Krog (Om te kan asemhaal ). Robert Dorsman recenseert Zuid-Afrikaanse literatuur voor Trouw.
New Page 1
Door de strepen van de lamellen /
klimmen motvleugelogen over je lijf / Charl-Pierre Naudé •
en de sterren zongen /
dat ik je nagels had bedwongen / Bas Belleman •
O liefste /
die nu ligt op pauwenkussens /
zacht, je keizerrijk was hier / Daan Cartens •
Iemand zei praten gaat te langzaam, we moeten vuisten gebruiken, /
Een ander zei vuisten gaat te langzaam / Chirukure Chirikure •
Kun je een gedicht schillen zonder te huilen? Jacques Darras •
Spreek slechts een woord, wereldwet, /
en onze schedels kegelen en dijen kletsen / Leo Hermens •
Zonnen geveld, maïs gesneden /
Klaarder is alles zichtbaarder / Ineke Holzhaus •
onder ons raakt het meer met nevel bedekt: /
het ziet eruit als een omgekeerde hemel. / Igor Isakovski •
Ik kan het niet helpen. Maar /
als je boos bent, moet ik zo lachen. / Henk van Kerkwijk •
ik raak verward als een lange /
heel lange en sleetse draad / Katica Kulavkova •
Zij is weer terug naar Amerika /
gehuld in as / met de dageraad / Aurélia Lassaque •
Ademloos bereiken we de parking /
Van een vijandige meubelketen / Delphine Lecompte •
Het is warm en ik ruik een regenbui. /
De barkruk draait als ik mijn been verzet. / Erik Lindner •
Ze zeggen hoe ik moet schrijven en zij kunnen niet schrijven, /
ze zeggen hoe ik moet denken maar zij denken nooit, /
zoals de vliegen op de kont van de geleerdheid /
die menen dat een scheet een gedachte is. / Franco Loi •
Ik lig hier in mijn kist /
Er is niemand die mij mist / Paul van Loon •
tot heel die duizelingwekkende kabbelzomer /
op de spiegelingen aan scherven stort / Erik Menkveld •
slaap moeder slaap /
maar zo dat ik het hoor / Jaroslaw Mikolajewski •
mijn man liet me zijn linkerschoen na /
ik heb geen zoon gebaard /
die hem past. / Thomas Möhlmann •
Hij zit in de randen van de pagina / bomen wuiven in het schrift /
zijn hart tikt mee met de klok / Amir Or •
drie sterren vier sterren vijf /
sterren tussen de wolken /
een ster twee sterren drie / Arne Rautenberg •
Vanonder het oppervlak doemt, een begoocheling, een door mist /
omkringd wolfsschuimen licht op / Hans Tentije •
Weet je hoe ze me voor die tijd noemden in Zuidafrika?/
“Die skoonheidskoningin van die Afrikaanse poësie ”. / Anne Vegter •
Ik ben al meer dan veertig jaar haar zoon /
en zoek haar op en weet niet wie ik groet. / Menno Wigman •
Het was zo gemakkelijk haar geduld te bewonderen /
Hoe ze daar stond aan het meer met een pistool in de hand / John Heartly Williams