Cees Nooteboom (Den Haag 1933) debuteerde in 1955 met de roman Philip en de anderen; in 1956 verscheen zijn eerste gedichtenbundel De doden zoeken een huis. Zijn vroegste poëtische werk is verzameld in Gemaakte gedichten (1970); in 1984 verscheen een bundeling van de poëzie uit de periode 1955-83: Vuurtijd, ijstijd; in 1989 kwam Het gezicht van het oog uit. Er zijn diverse vertalingen van zijn gedichten verschenen: in het Duits Gedichte (1992) en Das Gesicht des Auges (1994); in het Engels The captain of the butterflies (1997). Nootebooms poëzie is tweemaal bekroond door de gemeente Amsterdam; ook ontving hij de Jan Campertprijs (1978) en de Constantijn Huygensprijs (1992). Naast poëzie heeft Cees Nooteboom een aantal romans en reisessays geschreven, die in vele talen vertaald zijn en in een aantal landen bekroond werden. Zijn nieuwste roman Allerzielen zal in oktober 1998 verschijnen.