MIPN 2006 15-18 juni
 

  english left_nav

home programma 2008 geschiedenis contact links

left_nav

MIPN archief:
2010

2008

2006
2004
2002
2000
1998
1996

zoeken

  MIPN 2006

   deelnemers

     H.C ten Berge (Nederland) (Eregast)

     Tom Petsinis (Australië) (Eregast)

     Dane Zajc (Slovenië) (Eregast)

     Ronny Someck (Israël)

     Tarek Eltayeb (Soedan / Egypte)

     Darek Foks (Polen)

     Ulrich Gabriel (Oostenrijk)

     Peter Ghyssaert (België)

     Igor Isakovski (Macedonië)

     Hester Knibbe (Nederland)

     Thomas Krüger (Duitsland)

     Paul van Loon (Nederland)

     Neeltje Maria Min (Nederland)

     Brane Mozetič (Slovenië)

     Jürgen Nendza (Duitsland)

     Anzhelina Polonskaya (Rusland)

     Albertina Soepboer (Nederland)

     Matthew Sweeney (Ierland)

     Jacques Vriens (Nederland)

     Enda Wyley (Ierland)

     Bas Belleman (Nederland)

     Jaap Blonk (Nederland)

     Emma Crebolder (Nederland)

     Leo Gillissen (België)

     Hans Groenewegen (Nederland)

     Joris Iven (België)

     Bruno Kartheuser (België)

     Arnold Leifert (Duitsland)

     Ruud Linssen (Nederland)

     Hannie Rouweler (België)

     Willem van Toorn (Nederland)

     Ineke Holzhaus (Nederland)

     Daan Cartens (Nederland)

   Over poëzie

    Bas Belleman: Was er maar land!

   media

    Media: Speech Jacques Costongs n.a.v. uitreiking Hans Berghuisstok aan Ronny Someck

    Yair Mazor: Ronny Someck: A Poetic Acrobat

    Media: Prestigieuze Hans Berghuisstok voor Poezie 2006 toegekend aan de Israelische dichter Ronny Someck

   fotoalbum

    MIPN

created by blesok.web.design
New Page 1 ‘Je wilt het heden betrappen / terwijl het al niet meer bestaat. / Tijd is een passage, een gesloten / loket waar je steevast te laat – ‘ H.C. ten Berge ‘Dampend van adolescentenzweet / Gingen we er hard tegenaan, dreunden de zware bal / Tussen doelpalen die oplosten in mist, / Vloekten tegen het ongeslagen donker.’ Tom Petsinis ‘De naaldhakken zijn uitgevonden door een meisje / dat altijd op haar voorhoofd werd gekust. / Sindsdien glimt het voorhoofd als schoensmeer’ Ronny Someck ‘Waarom heb je gehuild, wolf. / Waarom heb je gehuild, / alsof je lange zwarte doornen / in je strot hebt?’ Dane Zajc ‘Op school / las de leraar ons voor - / staande, / hij als een tijger in zijn kooi, / wij als het vee in de stal.’ Tarek Eltayeb ‘ik sukkel als een vrachtwagen geladen met varkens; / mijn handen tintelen als ik dat gekrijs hoor; / als dit zo doorgaat, beland ik nog in de berm / en word ik slager. Groot Instructeur’ Darek Foks ‘sagt der gott der plasik sacken / nüe menschen will ik macken / plastic adam plastic eve / plastic bodies exklusiv’ Ulrich Gabriel ‘de zon maakt van hun oude, montere, blote benen / iets bijzonders, als een pose / op een plein vol licht / Maar mooier nog zijn hun gepolitoerde knieën of / de glaswol op hun kuiten.’ Peter Ghyssaert ‘het wordt moeilijk als er geen bier meer is, de oogleden / worden zwaar, niets aan te doen, / en we laten elkaar onze tatoeages zien. / de nacht is een hoer die te duur voor ons is. / en altijd kiezen we haar.’ Igor Isakovski ‘Onder de vodden woont / de moeder die ze is, die koestert / wat ze niet bezit / en daarin schuilt / het kind dat ze eens was’ Hester Knibbe ‘Een heer op leeftijd genaamd Mozes maakte een bord / nadat voorbijgangers hem bij een kruising een paar van / de gebruikelijkste schrijfwijze van zijn naam hadden / verraden’ Thomas Krüger ‘Ik werd wakker en ik dacht: / waarom is dit bed zo hard? / Het duurde even voor ik het wist: / Verrek ik lig in een kist!’ Paul van Loon ‘Gezegd dat hij een man was / Hem een geweer gegeven / Hem een oorlog in gestuurd / Hem in stukken teruggekregen / Hem begraven / Hem betreurd’ Neeltje Maria Min ‘als ik de kou dichtbij voel / zijn er leugens die in je huid / sporen, blauwe plekken, schrammen achterlaten / die wekenlang in het oog vallen’ Brane Mozetic ‘In zijn grondverf / je stem, die nog één keer, helder / van verwachting, opzindert uit de schuilplaats / van taal en zinnen.’ Jürgen Nendza ‘Aan de boord van het veld bevriest een vrouwengestalte, / aardappels verstoppend in de zoom van haar rok.’ Anzhelina Polonskaya ‘Toen dwaalde ik ook op de oude snelwegen van het zeeland, / dacht aan de Finnman, de koning tussen dit volk van dwergen,’ Albertina Soepboer ‘Kaarsrecht op de bank, / geklemd tussen een tweeling, / allebei blond, allebei knap, / met hetzelfde roodleren / minirokje, hetzelfde gezicht,’ Matthew Sweeney ‘Je kwam bij ons in groep drie. / We konden je niet verstaan. / Je was heel erg verlegen / en keek ons nooit écht aan.’ Jacques Vriens ‘En daar liggen de ontbijtgedichten - / oude bekenden de vorige avond voor elkaar / op de lange glazen tafel neergelegd.’ Enda Wyley ‘Het filmhuis toont films die op feesten / als pochet kunnen dienen / Heb ik gezien. / Die regisseur, hoe heet-ie ? ‘ Bas Belleman ‘Irf zo ma dworr buun, / ma buun dworr, / goef hape zief keloon, / buun hape.’ Jaap Blonk ‘Draai bogen om haar diepe tonen. Meng / haar lievelingsroze door de schemer.’ Emma Crebolder ‘Kijk opzij, de geur / van de aarde dringt al door het raam. / Daar waar je thuishoort / gaat de aanwezigheid verloren.’ Leo Gillessen ‘mollen moeten opgetild, in elke rechter, als u links bent / linker handpalm / past er één, / zo heeft het beschikt, overtuig uw kind, maar blijf ook zelf proberen’ Hans Groenewegen ‘Heb jij die foto nog / waarop ik je omarmde? Volle tafels, lege borden; / lege glazen borden; / lege glazen,uitgeputte, lachende gezichten.’ Joris Iven ‘Gib deine Hand / und führ mich fort / du weiszt wohin / Du kanntest nur / den heitern Lenz / bliebst sommerlos / Führ mich zum Tal / wo ohne Nacht die blüht’ Bruno Kartheuser ’sind es die Kiesel die / die Wellen nehmen / sind es die Wellen die / die Kiesel leben / die Groszfamilie / der Frösche im Ried / Gespräche im Stamm / bei Mittelwasserstand’ Arnold Leifert ’het was de gruwel van elke dag / het licht van de werkelijkheid / een muur die hoger klom’ Ruud Linssen ‘De taxi blijft voor de deur staan om hem / naar zijn vertrouwde pub om de hoek te brengen, / maar hij gaat niet meer mee.’ Hannie Rouweler ‘Hier ligt een slordige kaart / waar geen maker aan heeft gedacht / onzichtbaar over de stad: / niks groen voor parken en lanen / of blauw voor water.’ Willem van Toorn ‘Ze dansen een musette, de mannen hebben / hun petten op de stoel gelaten, draaien / achterwaarts met vuisten bijna in de oksels van de vrouwen’ Ineke Holzhaus ‘Er waren dagen dat wij als onbekenden / aan een tafel zaten, elkaars verhalen / hoorden, het rode vlees verslonden.’ Daan Cartens

MIPN archief: 1996 1998 2000 2002 2004 2006 2008 

© MIPN 1996-2010, alle rechten voorbehouden.