De forel
John Montague (Ierland)
De forel
De forel
Plat op de oever duwde ik biezen
Uiteen om zonder een rimpel
Mijn handen in het water te steken
En ze langzaam stroomafwaarts te buigen
Naar waar hij lag, licht als een rank,
In zijn vloeiende sensuele droom.
Lichaamloze heer van de schepping,
Zo hing ik kortstondig boven hem
Genietend van mijn eigen afwezigheid,
Terwijl zintuigen uitdijden in de trage
Beweging, de fotografische kalmte
Die voor de handeling uitgroeit.
Toen de ronding van mijn handen
Onder zijn lichaam door zwenkten,
Deinde hij op en neer, met zichtbaar genot.
Ik was zo bovennatuurlijk nabij
Dat ik iedere spikkel kon tellen,
Nog zonder een schaduw te werpen, tot
De twee palmen zich kruisten tot een kooi
Onder de licht pulserende kieuwen.
Toen (terwijl ik mijn eigen vergrote
Vorm die op het water dreef binnendook)
Greep ik beet. Tot op de dag van vandaag
Proef ik zijn doodsschrik op mijn handen.
vertaling: Peter Nijmeijer